Dit jaar is het 40 jaar geleden dat de eerste Wereldwinkel werd geopend.
Maar de geschiedenis van eerlijke handel gaat nog verder terug.
De allereerste aanzet voor het ontstaan van Wereldwinkels werd gegeven door een groep katholieke jongeren uit Kerkrade. De groep startte in 1959 een melkpoederactie voor Sicilië en richtte een stichting op onder de naam: ‘S.O.S’, Steun Onderontwikkelde Streken. Ze wierf daarmee fondsen voor diverse projecten in de Derde wereld.
In 1967 veranderde de stichting van een hulporganisatie in de handelsorganisatie “S.O.S. –Wereldhandel”. S.O.S. stond voor Stichting Ontwikkeling- Samenwerking. Daarmee werd het fundament gelegd voor wat later de Wereldwinkels zouden worden.
In 1969 werd in april in New Delhi de wereldhandelsconferentie Unctad 2 gehouden. Die mislukte in die zin dat Derdewereldlanden geen vrijere toegang voor hun producten kregen op de Westerse markt. In Breukelen ontstond toen de eerste Wereldwinkel en na Breukelen volgden er al snel winkels in Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Schiedam. Die eerste Wereldwinkels waren vooral gericht op politieke actie en bewustwording. Het aantal producten was ook nog niet zo groot. Toch kwam er al gauw een landelijk steun- en coördinatiepunt: de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels die nu nog steeds bestaat.
Begin 1972 – het jaar van de boycot van Angolese koffie – telde Nederland al zo’n 140 Wereldwinkels. De oliecrises van 1973 verergerde de economische problemen van veel ontwikkelingslanden en 1974 was het eerste jaar waarin het Zuiden meer (terug)betaalde aan het Noorden, dan dat het ontving aan kredieten en ontwikkelingsgelden. (Het probleem van de schuldenlast dat nu nog steeds speelt).
In 1979 bestonden de Nederlandse Wereldwinkels tien jaar en om dat te vieren werd een manifestatie gehouden tijdens welke de campagne: ‘Maak een begin met echte ontwikkelingshulp’ startte. Via allerlei acties van Wereldwinkels en landencomités moest politieke druk worden uitgeoefend op de overheid.
Midden jaren tachtig veranderden de Wereldwinkels: het accent werd verlegd. Er werd steeds meer nadruk gelegd op het winkelwerk: op de verkoop van producten, op eerlijke handel, op contact met de producenten en hun leef- en werkomstandigheden. Er ontstonden veel kleine importbedrijfjes die daarvoor zorgden.
In 1989 vierden de Wereldwinkels hun 20-jarig bestaan en werd er besloten om het roer definitief wat bij te draaien: Wereldwinkels zouden zich gaan richten op alternatieve, eerlijke handel, op de verkoop van alle mogelijke producten uit de ontwikkelingslanden en de voorlichting daarover. Daardoor stegen de omzetten, werden winkels steeds meer ook een leuke cadeauwinkel en – wat ook heel belangrijk was – steeds zelfstandiger en minder afhankelijk van subsidies van o.a. de Nationale Commissie voor Ontwikkelingssamenwerking die in die tijd de Wereldwinkels steunde.
Professionalisering werd het motto. Ook de importorganisatie S.O.S.Wereldhandel ging mee met de tijd. Toen deze organisatie in 1994 35 jaar bestond heeft zij haar naam veranderd in Fair Trade Organisatie (Fair Trade = eerlijke handel). Een naam voor de organisatie en tevens een naam voor de producten!
In 1999 vierde de Landelijke Vereniging van Wereldwinkels haar 30-jarig bestaan.
Vanaf dat moment werd met nog meer nadruk gewerkt aan professionalisering door een groot transformatieplan voor alle, dan al 400 wereldwinkels in Nederland.
Een transformatie die in fasen wordt ingevoerd en waar ook onze winkel deel van uit maakt.

